In Liberale Reflecties (LR), de halfjaarlijkse uitgave van de Telders Stichting, stond in december 2024 een stuk van Naomi Mestrum, directeur van het CIDI. Het is lastig om dat artikel anders te omschrijven dan een pro-Israël propagandastuk dat Israëls nietsontziende oorlog in Gaza vrijwel onbenoemd laat. Maarten en Yusuf schreven een reactie.
In de LR van december 2024 betoogt Naomi Mestrum dat liberale waarden zoals vrijheid, democratie en mensenrechten de afgelopen decennia in het Westen “onder druk” staan door toenemende kritiek op Israël. Ze stelt dat Israël een “baken van democratie” is, dat het publieke debat niet moet “vervallen in simplistisch zwart-witdenken of vergoelijken van geweld” en dat we ons moeten baseren op “feiten en principes” in plaats van “ideologische vooringenomenheid”. Als we haar advies volgen is steun voor Israël volgens Mestrum een vanzelfsprekendheid. Indien Israël echter ooit “ten onder” zou gaan zou dat volgens haar het onvermogen bewijzen van het Westen om op te komen voor haar eigen waarden, een “bijl aan de wortels van de Westerse beschaving”. Ze eindigt met de vaststelling dat een betere wereld alleen mogelijk is door “trouw te blijven aan onze principes”.
Het is niet verwonderlijk dat Mestrum steun voor Israël beschouwt als onmisbaar voor de Westerse samenleving - en zelfs fundamenteel voor de Westerse waarden. Ze is immers directeur van een stichting die zich openlijk afficheert als lobbyorganisatie voor deze staat. Meer dan haar terloopse constatering dat ook de “fouten” van Israël moeten kunnen worden “benoemd” (zonder verdere details) kan wellicht ook niet worden verwacht. De ironie wil echter dat Mestrum zich in haar stuk schuldig maakt aan precies die valkuilen waar ze voor waarschuwt. Ze laat veel relevante feiten onbenoemd. Ze verzwijgt hoe Israëlisch beleid vaak haaks staat op Westerse principes (zoals respect voor mensenrechten). Beweringen over vermeende brede steun voor terreur tegen Israël in Nederland worden niet onderbouwd. En ze verraadt haar eigen ideologische vooringenomenheid door de wereld te verdelen in mensen die Israël steunen en mensen die “impliciete of expliciete” steun geven aan “Hamas en soortgelijke groeperingen”. Zwart-wit denken in optima forma.
Mestrum gaat in haar artikel voorbij aan de mogelijkheid dat kritiek op Israël niet bestaat vanwege een gebrek aan liberale waarden, maar juist is geïnspireerd door die liberale waarden. Wij betogen dat die waarden op zeer gespannen voet staan met het huidige Israëlische beleid, het optreden van Israël gedurende haar 77-jarige geschiedenis en haar karakter als zionistische, “Joodse” staat. Respect en steun voor liberale principes leiden niet automatisch tot steun voor Israël, eerder het tegenovergestelde. Ook de haast kritiekloze steun voor Israël vanuit de politieke leiding van de VVD gedurende de afgelopen anderhalf jaar valt daarom volgens ons niet te rijmen met de liberale beginselen van de partij.
Mensenrechten
We beginnen met iets dat Mestrum expliciet noemt in haar stuk: mensenrechten. Steun voor universele mensenrechten vloeit logischerwijs voort uit liberale kernwaarden zoals sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. In de VVD beginselverklaring wordt verwezen naar de Universele Verklaring van Rechten van de Mens en menig liberaal politicus, zoals Sam van Houten, maakte naam met het opkomen voor de menselijke basisrechten. De consensus onder mensenrechtenorganisaties en de meeste historici is echter dat Israël sinds haar oprichting de mensenrechten van Palestijnen op grote schaal en systematische wijze schendt. Dit begon in 1948, rondom de stichting van Israël, toen zionistische milities bloedbaden aanrichtten onder de Palestijnse bevolking (zoals in Deir Yassin). Uiteindelijk werden 750.000 Palestijnen door het zionistisch geweld verdreven uit hun thuisland.1 Mensenrechtenorganisaties, zowel internationale, Israëlische alsook Palestijnse, hebben vele lijvige rapporten geschreven die de grootschalige mensenrechtenschendingen van Israël jegens de Palestijnen documenteren. De voorbeelden van etnische zuivering, militaire onderdrukking en het doden van Palestijnse burgers zijn sinds de oorlog van Israël tegen Gaza (en de escalatie van het Israëlisch geweld op de bezette Westelijke Jordaanoever) omhooggeschoten.
Vrijheid
Vrijheid behoeft als voornaamste principe van liberalen geen motivering. Maar ook de verdediging van dit principe lijkt uitermate lastig te verenigen met steun voor Israël, dat bijvoorbeeld de bewegingsvrijheid van de Palestijnse bevolking in Gaza, of in een door checkpoints afgesloten lapwerk van gebieden op de Westoever, ernstig beperkt. In de afgelopen twee decennia is onder mensenrechtenorganisaties (en VN-experts) de consensus ontstaan dat Israël zich ten opzichte van de Palestijnen in de bezette gebieden schuldig maakt aan Apartheid. Deze organisaties, internationale zoals Amnesty International en Human Rights Watch maar ook Israëlische zoals B’Tselem en Yesh Din, zijn daarover opvallend eensgezind in hun conclusie. Middels een regime van discriminerende wetten, militaire onderdrukking, arbitraire arrestaties en checkpoints maakt Israël zich schuldig aan ernstige vrijheidsbeperkingen. Nergens is deze onvrijheid van Palestijnen onder Israëlisch bewind beter te zien dan in Hebron. In deze Palestijnse stad worden duizenden inwoners onderworpen aan draconische vrijheidsbeperkingen ten behoeve van een paar honderd religieus extremistische, joodse kolonisten die er wonen en, gesteund door het Israelisch leger, de lokale bevolking stelselmatig terroriseren. Ook worden Palestijnen die Israëlisch staatsburger zijn in Israël gediscrimineerd door een verzameling wetten die de rechten van joodse burgers boven die van hen stelt.
Pleitbezorgers van Israël zoals Mestrum stellen dat het land juist een baken van vrijheid is, een democratische rechtsstaat waar bijvoorbeeld LHBTIQ+ rechten worden gerespecteerd. Deze aspecten van Israël vallen echter niet los te zien van de hierboven genoemde militaire onderdrukking en rechtsberoving van miljoenen Palestijnen. Apartheid Zuid-Afrika organiseerde immers ook “vrije” verkiezingen, had een functionerende rechtsstaat en was bijvoorbeeld wat betreft vrouwenrechten progressief ten opzichte van omringende landen. Toch zou niemand het omschrijven als baken van vrijheid en democratie. Die rechten waren namelijk alleen weggelegd voor de bevoorrechte bevolkingsgroep. Inherent aan dat systeem was ook de onderdrukking van miljoenen mensen die wel door de staat geregeerd werden maar geen stem hadden in haar bestuur en geen aanspraak konden maken op haar vrijheden. Om die reden trekken de hierboven genoemde mensenrechtenorganisaties de parallel tussen het Zuid-Afrika van toen en Israël en de Palestijnse gebieden nu.
Eigendom
Het eigendomsrecht is een principe waar liberalen het doorgaans over eens zijn: dat dient stevig beschermd te worden, vooral tegen de staat. De meningen hierover in liberale kringen zijn meestal fel en variëren van een beroep op de filosofie van John Stuart Mill tot mantra’s als “van andermans spullen blijf je af”. Ook deze kernwaarde lijkt bij Israël niet in goede handen. De stichting van deze staat in 1948 ging gepaard met grootscheepse onteigening van de inheemse Palestijnse bevolking. Inderdaad, Israël is daarin bepaald geen uitzondering: landen zoals de VS, Australië maar ook Rusland danken een groot deel van hun territorium aan dergelijke praktijken. In Israël is onteigening echter een nog altijd gehanteerd instrument om de controle over de Palestijnse gebieden te vergroten. Middels het Israëlische nederzettingenbeleid, en de openlijke steun van regering en leger voor de terreur van joodse kolonisten tegen de Palestijnse bevolking, wordt sluipenderwijs de Palestijnse aanspraak op de Westelijke Jordaanoever ondermijnd. De eerste conferenties over nieuwe illegale nederzettingen in Gaza zijn inmiddels ook georganiseerd, met instemming van de regering. Daarnaast worden Palestijnse eigendommen in bezet gebied op grote schaal door kolonisten en het Israëlisch leger vernield.
Het internationaal recht, en de VVD, is altijd duidelijk geweest over de Israëlische nederzettingen: deze zijn illegaal. Het Internationaal Gerechtshof bevestigde dit afgelopen zomer op ondubbelzinnige wijze, gaf Israël een deadline om ze te ontmantelen en sommeerde het om zich terug te trekken uit bezet gebied. Het VVD congres van november 2024 nam een motie aan die steun betuigde aan deze uitspraak.
Een “Joodse” staat?
Eric van den Burg, buitenlandwoordvoerder van de VVD Tweede Kamerfractie, liet recent in een interview optekenen dat hij onderscheid maakt tussen de regering van Israël en het land. En het land verdient onze “onvoorwaardelijke” steun, aldus het Kamerlid. Het is een vaak-gehoord sentiment onder liberalen: er valt van alles aan te merken op Israël maar steun voor het land als “Joodse staat” mag niet ter discussie staan. De vraag is echter op welk liberaal principe deze stellingname is gebaseerd. Immers, het expliciet voortrekken van een bepaald geloof of een bevolkingsgroep is niet bepaald liberaal. Steun voor een “Joodse” staat is voor liberalen net zo min vanzelfsprekend als steun voor bijvoorbeeld een moslimstaat. En vermoedelijk zou geen enkele liberaal overwegen om bijvoorbeeld Nederland als “blanke staat” te steunen, laat staan onvoorwaardelijk. Het gaat, zoals de VVD de afgelopen decennia vaak benadrukte, in het liberalisme niet om je afkomst of godsdienst, maar juist om gedeelde waarden en ideeën over bijvoorbeeld vrijheid en rechtsstaat. Een Joodse staat betekent echter in het geval van Israël een duidelijk suprematie van joden ten opzichte van andere bevolkingsgroepen. De Israëlische “Wet op de Terugkeer” bepaalt bijvoorbeeld dat een Joodse Amerikaan, wiens familie al generaties lang in de VS woont, zich mag vestigen in Israël. Een Palestijn, wiens familie soms nog letterlijk de sleutels heeft van het huis waar ze in 1948 of 1967 uit verdreven is, mag daarentegen niet terugkeren.
Daarnaast bestaat voor liberalen ook de fundamentele vraag wat het betekent om Israël als “Joodse staat” te handhaven. Likud, de grootste Israëlische regeringspartij, schreef in 1977 al in haar handvest dat er enkel Israëlische heerschappij zou moeten bestaan “tussen de Jordaan en de Middellandse Zee”. Deze doelstelling, recent nog herhaald door Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar, voorziet in de totale annexatie van de Palestijnse gebieden. De huidige demografische realiteit betekent dat Palestijnen in dat geval plotsklaps een meerderheid zouden zijn in Israël. Kan men nog spreken van een “Joodse” staat als joden een minderheid vormen? En zo niet, wat is dan geoorloofd om het joodse karakter van Israël te behouden? Het is in dit kader geen toeval dat extremistische Israëlische politici (zoals minister van veiligheid Itamar Ben Gvir) deportatie van grote groepen Palestijnen verlangen.
Opkomen voor principes
Uit het bovenstaande blijkt wat ons betreft duidelijk dat de liberale kernwaarden geenszins in goede handen zijn bij de staat Israël. Liberalen die Westerse principes zoals vrijheid, mensenrechten en gelijkheid een warm hart toedragen hebben alle reden om Israël, haar regering en hun opstelling tegenover de Palestijnen met klem te veroordelen. Opkomen voor “onze” waarden betekent juist een uiterst kritische houding ten opzichte van Israël.
De achteruitgang na 7 oktober
Na de gebeurtenissen van 7 oktober, 2023 vinden wij het voor liberalen niet makkelijker geworden om principieel achter Israël te staan, integendeel. Dat is uiteraard ondanks de aanval van Hamas op die datum, ontegenzeggelijk een oorlogsmisdaad waarbij niet alleen Israëlische militairen maar ook ruim 700 Israëlische burgers werden gedood. De agressie van Hamas tegen burgers valt vanuit liberaal (of moreel) oogpunt uiteraard volstrekt niet te verdedigen en leidde tot veel terechte sympathie voor de slachtoffers in Israël. Het duurde echter niet lang voordat “7 oktober” door de Israëlische regering gebruikt werd om de onderdrukking van, en mensenrechtenschendingen tegen, Palestijnse burgers drastisch op te voeren. Onder het mom van “zelfverdediging” werd een orkaan van geweld losgelaten op de Palestijnen van Gaza en, in mindere mate, op die van de Westoever. Om 20.20u op de avond van 7 oktober landde bijvoorbeeld al een Israëlische bom op het huis van de familie al-Dos in Gaza Stad. Bijna de hele familie, 15 mensen waaronder 7 kinderen, werd gedood door de explosie. Onderzoek van mensenrechtenorganisaties wees uit dat er geen legitiem militair doelwit in de buurt van het flatgebouw was ten tijde van het bombardement.
Zo zijn er sinds “7 oktober” talloze voorbeelden van Israëlisch geweld die Palestijnse burgers in grote getalen het leven hebben gekost. Mensenrechten- en hulporganisaties, de VN en een groot aantal landen luiden al anderhalf jaar de noodklok over de situatie in Gaza (en de Westoever) en het gemak waarmee Israël bereid is hoge aantallen Palestijnse burgerdoden te accepteren. Israëlische onderzoeksjournalisten onthulden vorig jaar het “Lavender” programma van het leger waarmee duizenden aanvallen werden uitgevoerd, vaak op basis van gebrekkige inlichtingen en onjuiste aannames. Het maken van tot wel 100 onschuldige slachtoffers per aanval werd daarbij acceptabel geacht. Ook werden massale aanvallen op burgerdoelen vaak door Israël gerechtvaardigd met beweringen over aanwezigheid van Hamas-strijders en hoofdkwartieren die óf nooit met bewijs gestaafd werden óf later onwaar bleken.
Gezien de vele gedocumenteerde Israëlische oorlogsmisdaden tegen de Palestijnse burgerbevolking sinds “7 oktober” stellen wij dat het militair optreden van Israël’s leger niet vanuit liberale waarden te rechtvaardigen is. Deze conclusie wordt ondersteund door het Internationaal Gerechtshof dat, in een zaak van Zuid-Afrika tegen Israël de Gaza-oorlog, nog geen uitspraak deed maar al wel bepaalde dat een “aannemelijke” kans bestaat dat Israël genocide pleegt. Daarnaast worden de Israëlische premier Netanyahu en zijn voormalige minister van Defensie Yoav Gallant inmiddels vanwege de Gaza-oorlog door het Internationaal Strafhof (ICC) gezocht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. ICC-lidstaat Nederland (en de VVD) committeerden zich, na de publicatie van het opsporingsbevel, direct aan hun verplichting om Netanyahu of Gallant te arresteren wanneer zij Nederlands grondgebied zouden betreden. De Poolse regering en de Duitse (toen nog) CDU-leider Merz gaven echter recent aan dat Netanyahu ongestoord op bezoek kon komen, ondanks dat ook die landen als ICC-lid de plicht hebben om hem te arresteren. Deze houding is een voorbeeld van hoe Westerse waarden, zoals het belang van het internationaal recht, niet versterkt maar juist ondermijnd worden door steun aan Israël.
De VVD na 7 oktober
Gezien het bovenstaande mag men verwachten dat de politieke VVD-leiding, na de aanvankelijke volle steun vanwege de aanval van Hamas, uiterst kritisch zou zijn op het handelen van Israël in Gaza en de Westoever. Helaas was dat in de afgelopen anderhalf jaar niet het geval. Vanuit de Tweede Kamerfractie is sinds “7 oktober” bijna uitsluitend aandacht geweest voor de Israëlische slachtoffers en gijzelaars. Daarentegen was er weinig interesse voor de tienduizenden burgers die omkwamen in Gaza. Als het leed van de Palestijnse bevolking al benoemd werd, was dit meestal met onbewezen beweringen dat Hamas hen gebruikte als “menselijk schild” en dat Israël zichzelf moest kunnen “verdedigen”. Gedurende anderhalf jaar is er vanuit de fractie, voor zover deze auteurs hebben geconstateerd, geen enkele veroordeling geuit van Israëlische agressie. Dit ondanks het feit dat daar toch vaak genoeg, vanuit de liberale principes, reden toe was. Telkens als weer bewijs werd geleverd dat Israël een oorlogsmisdaad had gepleegd beriep men zich op het recht op “zelfverdediging”, werden onbewezen Israëlische beweringen over Hamas doelwitten herhaald en waren er de reeds genoemde claims over Palestijnse “menselijke schilden”. In publieke uitingen werd kritiek op bepaalde Israëlische aanvallen vaak gepareerd met de opmerking dat nog veel onbekend was en dat een en ander eerst grondig “onderzocht” moest worden. Bij aanvallen van Hamas of andere groeperingen op Israël was van deze terughoudendheid echter geen sprake en waren felle conclusies snel (en vaak voorbarig) getrokken. Zo werd door een (toemalig) fractielid op de sociale media site X zelfs nepnieuws van het Israelisch leger gedeeld. Het bericht werd al snel ontkracht maar is door de betreffende politicus nog altijd, ondanks herhaalde verzoeken, niet verwijderd of gerectificeerd.
Wat vooral opvalt bij fractieuitingen gedurende de oorlog in Gaza is de dubbele standaard die gehanteerd wordt. Als Rusland in Oekraïne een ziekenhuis aanvalt is de veroordeling vrijwel onmiddellijk en ferm. Israël heeft tijdens de oorlog in Gaza een systematische aanval uitgevoerd op de gehele Palestijnse gezondheidszorg en daarbij tientallen ziekenhuizen verwoest. Toch kon dit op geen enkele kritiek van de fractie rekenen en beriep men zich bijvoorbeeld op onbewezen Israëlische beweringen over de aanwezigheid van “terroristen”. (Een soortgelijke rechtvaardiging die ook door Rusland werd gebruikt bij aanvallen op ziekenhuizen in Syrië.) Israëlische en Oekraïense kinderen die omkomen bij oorlogsgeweld worden door de fractie met regelmaat herdacht of belicht. Als Palestijnse kinderen in Gaza worden gedood door het Israëlische leger krijgt dat geen aandacht. Recent nog weigerde de fractie VN Speciaal Rapporteur voor de Mensenrechten in de Palestijnse gebieden Francesca Albanese in de Tweede Kamer te ontvangen. Ruim een jaar geleden was een ontmoeting met Likud Knesset-lid Ariël Kallner, die meermaals publiekelijk opriep tot oorlogsmisdaden tegen de Palestijnen, voor diezelfde fractie geen probleem. En als laatste, meest wrange, voorbeeld werd simpele solidariteit met de Palestijnen door de fractie vorig jaar verdacht gemaakt als “steun voor terreur”. Geert Wilders, leider van de grootste coalitiepartner, bezocht in bezet Palestijns gebied een Israëlische voorman van illegale, joodse kolonisten en prees de voor oorlogsmisdaden gezochte premier Netanyahu. Dit werd door de fractiewoordvoerder slechts afgedaan als “tegen het kabinetsbeleid”.
Deze dubbele standaard is, uiteraard, vanuit de liberale principes die onze fractieleden geacht mogen worden te hebben, niet te rechtvaardigen. Die principes zouden universeel moeten zijn en moeten gelden of het nu over Gaza of Oekraïne gaat. Of onschuldige slachtoffers van geweld nu Israëlisch of Palestijns zijn. Of gedode kinderen nu van islamitische of joodse komaf zijn. De opstelling van de fractie doet daarom volgens ons niet alleen geweld aan de kernwaarden van onze politieke stroming, het slaat ook een flinke bres in de geloofwaardigheid van onze politieke leiding.
Conclusie
In de nasleep van de oorlog tegen Gaza is er een beweging ontstaan die de kritiek op Israël drukt in een hoek van extremisme, terwijl Israël een baken van licht zou zijn in een verder donker oord. Niet alleen worden legitieme meningen verdacht gemaakt, ook wordt gesteld dat Israël vaandeldrager zou zijn van liberale waarden en Westerse belangen. Het zou dan ook onvoorstelbaar zijn om de Westerse steun aan Israël op te geven. Het stuk van Naomi in de vorige uitgave van dit blad is een goed voorbeeld van deze tendens. Ons stuk toont echter aan dat liberalen Israël juist zouden moeten bekritiseren om zijn ernstige mensenrechtenschendingen. De menselijke waardigheid, bewegingsvrijheid, zelfbeschikking, soevereiniteit, het recht op leven, eigendomsrecht; liberaal-democratische waarden waar Israël inbreuk op maakt. Dat Israël daarbij een functionerende democratische rechtsstaat heeft, waarbij Arabische staatsburgers rechten genieten, doet niet af aan de rechteloosheid van de Palestijnen in de bezette gebieden. Israël lijkt een uitzonderingspositie te genieten in het Westen, die het al te goed uitkomt maar, op basis van Westerse waarden, niet te rechtvaardigen valt. Indien Westerse liberalen geloofwaardig willen blijven, en trouw aan hun principes, zullen ze de Israëlische bezettingspolitiek en agressie niet alleen verbaal moeten veroordelen, maar ook moeten kunnen grijpen naar sancties, zoals de opschorting van het EU Associatieverdrag. In dit verdrag worden de EU-waarden onderstreept, en een van deze waarden is de menselijke waardigheid. Dat Israël dit liberale principe schendt mag na alles duidelijk zijn.
Voor een overzicht van deze gebeurtenissen raden wij de lezer The Ethnic Cleansing of Palestine (2006) aan van de vooraanstaande Israëlische historicus Ilan Pappé.